Beroepenoriëntatie, stage en arbeidstoeleiding

 

Werken heeft een centrale functie in het leven. Door mee te doen in het arbeidsproces ontplooi je jezelf en krijg je structuur in je bestaan. Het geheel van activiteiten die in het teken staan van voorbereiden op werk en het vinden van werk vallen onder arbeidstoeleiding.

Binnen het curriculum van PRO Emmen wordt arbeidstoeleiding in de eerste drie leerjaren behandeld onder de noemer Beroepenoriëntatie.

Er is een jaarrooster voor beroepenoriëntatie bij PRO Emmen. Het leerdoel is dat de leerling een gefundeerde keuze voor een beroepsrichting kan maken. De leerling wordt (samen met de ouders) voorbereid op het werk in een bepaalde beroepsrichting.

Onze pluspunten

  • De stage: Door binnen verschillende bedrijven stages te volgen ontwikkel je jezelf en ontdek je wat bij je past.
  • De stagebegeleider. Je wordt gekoppeld aan een vaste stagebegeleider. Zo kunnen jij en je ouders altijd met vragen terecht bij iemand die jou kent en die weet wat je nodig hebt om je verder te ontwikkelen.
  • De kans op werk: Op school en stage leer je wat het is om te werken en hoe je met anderen kunt omgaan. Je kan hierdoor laten zien dat je een goede werknemer bent met de nodige praktijkervaring. Daardoor vergroot je de kans op een baan.

Stagebureau en jobcoaches

PRO Emmen heeft een stagebureau. De medewerkers van het stagebureau zoeken een geschikte stageplaats voor de leerlingen en coachen de leerling gedurende de stageperiodes. E.e.a. in goede samenspraak en afstemming met de begeleider/contactpersoon binnen het stagebedrijf.

Bij het daadwerkelijk vinden van werk voor de leerlingen maakt PRO Emmen gebruik van de diensten van re-integratie bedrijven en jobcoaches om de kansen van leerlingen op de arbeidsmarkt te vergroten.

 

De stage

Een stagedocent van PRO Emmen begeleidt een stagiair meerdere jaren. Samen met de leerling plannen ze een eerste kennismakingsgesprek en bezoeken het bedrijf. Tijdens dit gesprek wordt o.a. de stageperiode afgesproken, het aantal uren en dagen dat een leerling een stage gaat volgen. Met de leerling worden de verwachte werkzaamheden besproken en vastgelegd.

Doorgaans krijgt een stagiair geen geld voor zijn of haar stage. Het bedrijf investeert tijd in onze leerlingen en probeert ze op weg te helpen naar goede werknemersvaardigheden.

Wij bezoeken onze leerlingen eens in de 6 à 7 weken. Er volgt dan een evaluatiegesprek die ongeveer 30  minuten duurt. In dit evaluatiegesprek gaan  de stagebieder en de stagiair in overleg over vaardigheden zoals: omgaan met anderen, zelfkennis en reflectie, verantwoordelijkheid en inzet.

Twee stageperiodes

In het algemeen werken we met twee periodes. Namelijk van september t/m januari en van februari t/m juni. Stagiaires kunnen op deze manier in een jaar kennismaken met verschillende bedrijven en hun werkervaring verruimen. In één stageperiode komt de stagebegeleider twee maal langs. Voor een tussenevaluatie en voor een eindevaluatie. Het kan voorkomen  dat een leerling en een werkgever afspreken om een periode te verlengen. Dit kan zijn omdat de leerling nog niet alle aspecten van het bedrijf heeft verkend  of omdat er nog voldoende  ruimte is voor de leerling om zich op de werkplek verder te ontwikkelen.

Vaardigheden van de leerlingen

Van onze stagiaires verwachten we dat ze de  basisvaardigheden zoals op tijd komen en je aan de regels houden goed  beheersen. Verder  verwachten we dat de leerling zoveel mogelijk op de stagedagen bij het bedrijf aanwezig is. Heeft de stagiair een afspraak bij huisarts of tandarts? Dan zorgt hij of zij  ervoor dat niet de hele dag vrijaf wordt genomen.  Wij adviseren leerlingen om dit soort afspraken zoveel mogelijk buiten de stagedagen om te plannen. Bij ziekte belt de stagiair het stageadres voor aanvang van de stage. Hij/zij meldt dit vervolgens zelf aan de school.

Onze leerlingen werken met een stage map. Hierin zit een stage-overeenkomst van onze school, een vakantierooster en formulieren voor een verslag. Leerlingen doen wekelijks schriftelijk verslag van hun stage en spreken dit door met hun praktijkopleider en hun stagebegeleider.

Opdrachten voor de stage

Waar mogelijk proberen we gerichte opdrachten mee te geven die in de praktijk geoefend kunnen worden. Een nieuwe ontwikkeling hierin is het werken aan werkprocessen op niveau 1 en 2 ( praktisch) Wanneer een aantal werkprocessen binnen een bedrijf gehaald zijn kan er een praktijkverklaring vanuit de branche worden afgegeven. Op deze manier kan de leerling aantonen dat hij bepaalde werkvaardigheden uit zijn vakgebied beheerst.

Van arbeidstoeleiding naar stage

Je kunt in de eerste drie leerjaren al vroeg ervaring buiten de school opdoen. Zo raak je gewend aan de manier waarop andere mensen denken en doen. Je begint eenvoudig door een klus voor een familielid of bekende te doen. In het tweede leerjaar ga je al wat verder buiten school bij de maatschappelijke stage. In het derde leerjaar ga je o.a op excursie naar bedrijven. Dit helpt je om een richting te kiezen.

Hier een volledig overzicht:

Leerjaar 1 (arbeidstoeleiding)

  • Je krijgt een strippenkaart. Op die strippenkaart komen 5 klusjes te staan  die je bij familie of bekenden mag doen.
  • Je kunt denken aan: grasmaaien, de hond uitlaten of een auto voor iemand wassen.

Leerjaar 2 (arbeidstoeleiding)

  • In dit jaar ga je 2 weken werken aan een maatschappelijke stage. Je doet dan vrijwillig iets voor een ander. Je kunt bijvoorbeeld meehelpen bij een voetbalvereniging of een buurthuis.
  • Samen met je mentor overleg je welke plek hierbij het beste past.
  • Je mentor komt tijdens deze stage langs om te kijken hoe het met je gaat

Leerjaar 3 (van arbeidstoeleiding naar eerste oriënterende stage)

  • Je maakt kennis met het  ATC. Dat is het ArbeidsTrainingsCentrum.
  • Hier ga je oefenen met werken. Er wordt gekeken of je bijvoorbeeld langere tijd iets kunt volhouden, of je kunt samenwerken, of je je aan afspraken kunt houden.
  • Wanneer dit lukt komt er een test, de IDA test. In die test wordt bekeken waar jij nog hulp bij nodig hebt om goed te leren werken.
  • Na deze IDA-test hoor je of je geschikt bent voor stage. Dit wordt met jou en je ouders besproken.
  • In het derde jaar begin je met 1 dag stage buiten de school.
  • Je krijgt een vaste stagebegeleider die je de komende schooljaren begeleidt.
  • Je krijgt een stagemap waarin je noteert wat je op stage hebt geleerd.

Leerjaar 4 (beroepsgerichte stage)

  • Aan het einde van leerjaar 3 heb je meestal een keuze gemaakt voor een praktijkvak of sector. Je kiest dan een stage die daar bij past. Dit is een beroepsgerichte stage.
  • Je kunt een branchecertificaat of praktijkverklaring halen bij het bedrijf waar je stage volgt. Op die manier leer je steeds meer over het beroep van jouw keuze en kun je aantonen dat je belangrijke vaardigheden beheerst.
  • In het vierde leerjaar heb je meestal 2 dagen stage buiten de school.

Leerjaar 5 (beroepsgericht of arbeidsgerichte stage)

  • Je zit of in de beroepsgerichte stage (zie klas 4) of in de arbeidsgerichte stage (zie klas 6).
  • Je gaat meestal 3 dagen per week op stage.

Leerjaar 6 (arbeidsgerichte stage)

  • In het laatste schooljaar bekijk je met je stagebegeleider waar je na het verlaten van de school aan het werk zou kunnen gaan. Soms kan dit in het bedrijf waar je al een stage hebt.
  • Stages in het laatste schooljaar zijn vooral gericht op een passende werkplek. Daarom noemen we dit een arbeidsgerichte stage.
  • Er worden soms gesprekken gevoerd met jobcoaches van de gemeente.
  • Je gaat 3 dagen, soms 4 dagen per week op stage.