Beroepenoriëntatie, stage en arbeidstoeleiding

 

Werken heeft een centrale functie in het leven. Door mee te doen in het arbeidsproces ontplooi je jezelf en krijg je structuur in je bestaan. Het geheel van activiteiten die in het teken staan van voorbereiden op werk en het vinden van werk vallen onder arbeidstoeleiding.

Binnen het curriculum van PRO Emmen wordt arbeidstoeleiding in de eerste drie leerjaren behandeld onder de noemer Beroepenoriëntatie.

Er is een jaarrooster voor beroepenoriëntatie bij PRO Emmen. Het leerdoel is dat de leerling een gefundeerde keuze voor een beroepsrichting kan maken. De leerling wordt (samen met de ouders) voorbereid op het werk in een bepaalde beroepsrichting.

PRO Emmen heeft een stagebureau. De medewerkers van het stagebureau zoeken een geschikte stageplaats voor de leerlingen en coachen de leerling gedurende de stageperiodes. E.e.a. in goede samenspraak en afstemming met de begeleider/contactpersoon binnen het stagebedrijf.

Bij het daadwerkelijk vinden van werk voor de leerlingen maakt PRO Emmen gebruik van de diensten van re-integratie bedrijven en jobcoaches om de kansen van leerlingen op de arbeidsmarkt te vergroten.

 

De stage

Een stagedocent van PRO Emmen begeleidt een stagiair meerdere jaren. Samen met de leerling plannen ze een eerste kennismakingsgesprek en bezoeken het bedrijf. Tijdens dit gesprek wordt o.a. de stageperiode afgesproken, het aantal uren en dagen dat een leerling een stage gaat volgen. Met de leerling worden de verwachte werkzaamheden besproken en vastgelegd.

Doorgaans krijgt een stagiair geen geld voor zijn of haar stage. Het bedrijf investeert tijd in onze leerlingen en probeert ze op weg te helpen naar goede werknemersvaardigheden.

Wij bezoeken onze leerlingen eens in de 6 à 7 weken. Er volgt dan een evaluatiegesprek die ongeveer 30  minuten duurt. In dit evaluatiegesprek gaan  de stagebieder en de stagiair in overleg over vaardigheden zoals: omgaan met anderen, zelfkennis en reflectie, verantwoordelijkheid en inzet.

Twee stageperiodes

In het algemeen werken we met twee periodes. Namelijk van september t/m januari en van februari t/m juni. Stagiaires kunnen op deze manier in een jaar kennismaken met verschillende bedrijven en hun werkervaring verruimen. In één stageperiode komt de stagebegeleider twee maal langs. Voor een tussenevaluatie en voor een eindevaluatie. Het kan voorkomen  dat een leerling en een werkgever afspreken om een periode te verlengen. Dit kan zijn omdat de leerling nog niet alle aspecten van het bedrijf heeft verkend  of omdat er nog voldoende  ruimte is voor de leerling om zich op de werkplek verder te ontwikkelen.

Vaardigheden van de leerlingen

Van onze stagiaires verwachten we dat ze de  basisvaardigheden zoals op tijd komen en je aan de regels houden goed  beheersen. Verder  verwachten we dat de leerling zoveel mogelijk op de stagedagen bij het bedrijf aanwezig is. Heeft de stagiair een afspraak bij huisarts of tandarts? Dan zorgt hij of zij  ervoor dat niet de hele dag vrijaf wordt genomen.  Wij adviseren leerlingen om dit soort afspraken zoveel mogelijk buiten de stagedagen om te plannen. Bij ziekte belt de stagiair het stageadres voor aanvang van de stage. Hij/zij meldt dit vervolgens zelf aan de school.

Onze leerlingen werken met een stage map. Hierin zit een stage-overeenkomst van onze school, een vakantierooster en formulieren voor een verslag. Leerlingen doen wekelijks schriftelijk verslag van hun stage en spreken dit door met hun praktijkopleider en hun stagebegeleider.

Opdrachten voor de stage

Waar mogelijk proberen we gerichte opdrachten mee te geven die in de praktijk geoefend kunnen worden. Een nieuwe ontwikkeling hierin is het werken aan werkprocessen op niveau 1 en 2 ( praktisch) Wanneer een aantal werkprocessen binnen een bedrijf gehaald zijn kan er een praktijkverklaring vanuit de branche worden afgegeven. Op deze manier kan de leerling aantonen dat hij bepaalde werkvaardigheden uit zijn vakgebied beheerst.

Opbouw van de stage

Onze school  probeert jou zo goed mogelijk op te leiden richting werk . Daarom willen we jou  zo vroeg mogelijk ervaring buiten de school laten opdoen. Zo raak je al gewend aan hoe andere mensen denken en doen. Bovendien leer je er heel veel van.

Daarom hebben we per leerjaar een plan gemaakt:

Leerjaar 1

Je krijgt een strippenkaart.

Op die strippenkaart komen 5 klusjes te staan  die je bij familie of bekenden mag doen.

Je kunt denken aan: grasmaaien, de hond uitlaten of een auto voor iemand wassen.

 

Leerjaar 2

In dit jaar ga je 2 weken werken aan een maatschappelijke stage. Je doet dan vrijwillig iets voor een ander. Je kunt denken aan een

meehelpen bij een voetbalvereniging of een buurthuis.

Samen met je mentor overleg je welke plek hierbij het beste past.

Je mentor komt tijdens deze stage langs om te kijken hoe het met je gaat.

Leerjaar 3

In dit jaar maak je kennis met het  ATC.

Dat is het ArbeidsTrainingsCentrum.

Hier ga je oefenen met werken. Er wordt gekeken of je bijvoorbeeld langere tijd iets kunt volhouden, of je kunt samenwerken, of je je aan afspraken kunt houden.

Wanneer dit lukt komt er een test.

In die test wordt bekeken waar jij nog hulp bij nodig hebt om goed te leren werken.

Na deze IDA-test hoor je of je geschikt bent voor stage. Dit wordt met jou en je ouders besproken.

In het derde jaar begin je met 1 dag stage buiten de school.

Je krijgt een vaste stagebegeleider die je de komende schooljaren begeleid.

Je krijgt een stagemap waarin je noteert wat je op stage hebt geleerd.

Leerjaar 4

Je hebt een keuze gemaakt voor een sector. ( groen, techniek, zorg en welzijn, economie)

We proberen de stageplaatsen zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de sector.

In het vierde leerjaar heb je meestal 2 dagen stage buiten de school.

Leerjaar 5

In het vijfde leerjaar heb je meestal 3 dagen stage buiten de school

Leerjaar 6

In dit schooljaar kan je 3 of 4 dagen naar stage en kom je soms 1 dag naar school voor een praktijkvak waar je nog een diploma of certificaat voor wilt halen.